Kleinschalig groen voor mensen en bijen
In de jaren zeventig worden in de steden tegels en stenen tegen gevels verwijderd om er planten te laten groeien. In die tijd was dat niet toegestaan. Nu wordt dit door veel gemeenten gestimuleerd om de kwaliteit van de woonomgeving te verbeteren. De vraag is welke planten kunnen er groeien? In principe alle planten. Als velen tientallen planten in de naden van het plaveisel kunnen groeien, dan kunnen er nog veel meer planten groeien op plekken waar meer ruimte is. De bodem en lichtfactoren zijn meestal bepalend.
Uit het onderzoek "Wilde bijen in het stedelijk groen" (Koster, 2000) is gebleken, dat bijen in zeer kleinschalig groen kunnen voorkomen. Zelfs in het centrumgedeelte van de stad Utrecht en in de watertuin in het zeer stedelijke Spijkerkwartier van Arnhem kwamen wilden bijen talrijk voor. Er werden zelfs soorten waargenomen,  die bijzonder zijn voor het dicht bebouwde gebied. Vooral als er kunstmatige nestgelegenheid wordt aangebracht, kunnen wilde bijen sterk toenemen. De betekenis voor de totale biodiversiteit moet enigszins worden gerelativeerd. Het groen is in de eerste plaats bedoeld om de leefbaarheid te vergroten voor de mensen die er wonen, maar als dat groen ook bijdraagt aan de locale biodiversiteit, is dat mooi meegenomen. Als bewoners  goed worden geïnformeerd over de mogelijkheden hoe de ecologische kwaliteit van hun leefomgeving te verbeteren is, zal daardoor de stedelijke bijenstand niet alleen toenemen, maar ook het draagvlak voor natuur en milieu.
Het voornaamste motief voor het aanleggen of stimuleren van kleinschalig groen  is het sociale aspect.
Aan de hand van literatuuronderzoek en signalen uit de dagelijkse praktijk kan worden vastgesteld, dat groen en natuur kunnen bijdragen aan gezondheid en welzijn van mensen. Toegang tot groene elementen is daarom van essentieel belang. Echter, niet alle mensen zijn in staat om een groene plek regelmatig te bezoeken. Daarvoor kunnen allerlei oorzaken zijn, maar een beperkte mobiliteit en actieradius, veroorzaakt door lichamelijke en mentale beperkingen, vormen daarbij een structureel probleem. Veel mensen zijn niet in staat om meer dan 100 meter te overbruggen. Kleine kinderen moeten met het oog op hun veiligheid in de buurt van  hun ouderlijke woning  blijven. Kleinschalige groene elementen kunnen de kloof  tussen de grote groene open ruimte en verdichte bebouwing overbruggen. Voorwaarde is wel dat deze groene postzegels op het gebied van natuurbeleving en het maken van sociale contacten iets te bieden hebben. Storende elementen zoals achterstallig onderhoud, zwerfvuil en hondenpoep mogen niet voorkomen en veiligheid moet zoveel mogelijk gewaarborgd zijn.
Op deze pagina gaat het om kleinschalige groene elementen voor de deur of in de straat. Mensen die om de een of andere reden aan huis zijn gebonden, kunnen dan toch groen en natuur waarnemen en profiteren van de effecten die groen en natuur met zich mee brengen. De voorbeelden die op de foto’ s staan, zijn groene elementen die bewoners van groenarme straten en buurten met hulp van de gemeenten zelf hebben aangelegd. Dit zijn tevens de overtuigende bewijzen uit de praktijk, dat de meeste mensen groen in de woon- of leefomgeving belangrijk vinden. In de meeste typen kleinschalig groen die hier worden genoemd, zijn wilde bijen en honingbijen waargenomen. Maar het overgrote deel van de planten die in de voorbeeldsituaties voorkomen, trekken geen bijen aan. De essentie van dit hoofdstuk is  te laten zien in welke situaties bijen-/drachtplanten kunnen worden toegepast. ---
Als wilde bijen zich gaan vestigen zou dat ook kunnen leiden tot een vergroting van het maatschappelijk draagvlak om de positie van de bijen de verbetren.
 
In groenloze straten groeien voor 1980, op plekken waar chemische onkruidbestrijdingsmiddelen werden toegepast, alleen incidenteel kruiden op de verharding.
 
Gevel- en tegeltuinen dragen bij aan een aantrekkelijke leefomgeving. Deze man zit niet alleen voor zijn huis, maar ook een beetje in zijn voortuin. (Amsterdam-Noord)
 
De natuur zelf laat zien wat er kan. Grote klaproos is een van de honderden plantensoorten die zich spontaan op verhardingen kunnen vestigen.
 
Teunisbloem (Utrecht-Centrum 1992)
 
Stinkende gouwe (Veenendaal 1994)
 
Boerenwormkruid is een van de velen bijenplanten die in de naden van het plaveisel goed kan groeien. Als dit kan is er nog veel meer mogelijk (Veenendaal 1991).
 
Muren en andere stenige bouwwerken die verweren gedragen zich als rotsen. In oneffenheden kunnen zaden zich vestigen en uitgroeien tot een boom of struik. Op verhardingen en laag bij de grond bereiken de wortels vrij snel groeizame substraten, waardoor in principe zelfs bosvorming mogelijk is. (Oude loswal NS -- Apeldoorn 1997)