Waar kunnen planten groeien
Deze Bijenhelpdesk gaat over de toepassing en het beheer van (wilde) bijenplanten in hun milieu. Kunnen deze planten en/of de vegetaties waar ze in voorkomen ook worden toegepast op het platteland of in bijvoorbeeld tuinen en parken?
De mogelijkheden voor toepassing en voorkomen van een vegetatie wordt in principe bepaald door de bodemeigenschappen. Om een indicatie van de bodemeigenschappen te krijgen, moet er naar de grondwaterstand en andere bodemeigenschappen worden gekeken. Verder ook naar de planten die er groeien. Dit is niet in een blik te zien. Men moet inventariseren. Als het grootschalige projecten zijn kan daarvoor het beste een deskundige worden ingeschakeld. De praktijk is dat men het met beperkte middelen vaak zelf moet doen. IVN- en KNNV-leden kunnen daarbij diensten verlenen.
Waar “natuurlijke begroeiingen” kunnen worden toegepast, wordt in de eerste plaats bepaald door het milieu. Als we begraafplaatsen en kerkhoven als voorbeeld nemen kunnen we de vraag stellen wat is wel en niet toepasbaar. Dat hangt van een reeks factoren af: het milieu, de schaal van het terrein, het beheer, het gebruik en de cultuur. Als er geen beperkingen door het beheer, het gebruik en de cultuur zijn, is alleen het milieu doorslaggevend. Er zijn voorbeelden van begraafplaatsen die met struikhei zijn begroeid, worden gedomineerd door klaprozen of teunisbloemen, met schraalgrasland, natuurlijke bosvegetaties, of met stinzenplanten en in Amsterdam is er zelfs een aangelegde bosvegetatie waarin de grote keverorchis spontaan massaal in voorkwam. Hetzelfde geldt voor landgoederen, bedrijventuinen, parken, recreatie terreinen en daktuinen. De rietorchis bijvoorbeeld, groeit in parken, recreatieterreinen, in stadsbermen, wegbermen, spoorwegterreinen, industrieterreinen en in tuinen.
Als het milieu niet geschikt is, ontwikkelt de gewenste vegetaties zich niet, is het wel geschikt dan liggen er kansen. Voor een plantensoort maakt het niet uit of die op een begraafplaats staat, op een bedrijventerrein of in een bos. Het enige wat telt zijn de groeiplaatsfactoren inclusief het beheer. Het is de kunst van de groenbeheerder, de hovenier of andere persoon met groene vingers om daar grip op te krijgen. Ter ondersteuning is op deze helpdesk een pagina groeiplaatsfactoren opgenomen
Voor de toepassing van uitheemse soorten geldt hetzelfde. Overal waar een bodem is of een verweerd substraat kunnen planten groeien en worden toegepast, maar de plantensoorten moeten dan wel bij dat milieu passen.