Grasland, hei en bermen voor bijen
Bloemrijke graslanden zijn niet alleen goed voor bijen en andere insecten, ze dragen bij aan de esthetische kwaliteit van stad en landschap. Niet alleen door hun bloemen weelde, maar ook door hun bijdrage aan de landschappelijke diversiteit. Ze zorgen ervoor dat een polderdijk er anders uitziet dan een boerenlandweg en dat een nat hooiland zich duidelijk onderscheidt van een droog hooiland. Bloeiende graslanden en bermen bezitten daarom ook in Nederland een grote recreatieve betekenis, vooral in het jaar van de biodiversiteit.
Om bloemrijke graslanden te bevorderen of te behouden moeten ze afhankelijk van de bodemvruchtbaarheid en de grondwaterstand 1 of 2 maal per jaar worden gemaaid. Het maaisel moet altijd worden afgevoerd. Klepelen is meestal funest voor flora en fauna. De maaifrequentie hangt af van bodemeigenschappen en de soortensamenstelling van grasland. Om het juiste beheer vast te stellen is enige plantenkennis vereist.
 
 
 
 
Struikhei Stichtse rotonde in de gemeente Amersfoort (2001)
Voor biggenkruid is twee keer maaien vaak noodzakelijk. (Ede 1992)
Kleine leeuwentand groeit hier op relatief voedselrijke bodem (Vlieland)
Sint Janskruid kan tamelijk massieve vegetaties vormen (Apeldoorn ca. 1998)
Gewone margriet in Zoetermeer (1997)
Pinksterbloem in Arnhem (1991)
Rietorchis in Amstelveen (1989)