Natte milieus voor bijen
Water- en oevervegetatie bevatten weinig soorten dracht-/bijenplanten. Deze komen meestal voor in voedselrijk water. Zowel in voedselarm als in zeer voedselrijk en/of organisch belast water ontbreken planten met een substantiële betekenis voor bijen. Op deze pagina wordt alleen ingegaan op water- en oevervegetaties van voedselrijk water. Ook in het jaar van de biodiversiteit zal water een zorgenkind blijven.
Kleine wateren moeten worden geschoond: Het schonen kan in verband met de overwinterende fauna, onder meer amfibieën, het beste van half september – half oktober plaatsvinden.
Niet overal komen drachtplanten voor zelfs niet als het water van een redelijke kwaliteit is. Een voorbeeld een water met krabbenscheer: geen echte waterplant, maar ook geen oeverplant, hij neemt een tussenpositie in. Waar deze soort dominant voorkomt, is het een relatief snelle verlander. Als hier niet wordt gebaggerd, is het op deze plek binnen 10-20 jaar een moeras. (Valthemonde 1998).
 
 
 
 
Gele lis wordt zelden op een onacceptabele wijze dominant. (Meppel 1995)
Watergentiaan -- Detail vegetatie
Waterlelie is een soort van voedselrijke wateren (Gouda)
Waterlelie
Zwanenbloem in een spoorsloot: werd door de gemeente beheerd (Leeuwarden)
Zulke stadsbeelden zijn in Nederland schaars (Zwolle 1996)
Niet overal groeien natte drachtplanten. Krabbenscheer is hier een echte verlander (1998)