Natuur en biodiversiteit
Het zien en het beleven van verschillende levensvormen kan bijdragen aan de cognitieve en emotionele ontwikkeling van kinderen. Het zien en beleven van verscheidenheid is ook voor volwassenen van belang. De meeste mensen zien graag verschillende soorten bloemen, vogels en vlinders. Daarnaast is de stad ook een plek voor honderden soorten die de gemiddelde burger nooit krijgt te zien. Voor de landelijke biodiversiteit wordt het stedelijke gebied steeds belangrijker. De groene ruimte draagt daar veel aan bij. Dit geldt vooral voor bijenlinten die wilde bijen moeten bevorderen.

Biodiversiteit draagt bij aan de belevingswaarde van de woon - en leefomgeving in het stedelijk gebied. Hierin was natuur tot voor de jaren zestig - zeventig sterk beperkt. Niet alleen omdat er relatief weinig groen was, maar ook door het intensieve beheer . Door ecologisch groenbeheer, dat vanaf de jaren tachtig een steeds grotere rol ging spelen, is de biodiversiteit sterk toegenomen. Hieraan dragen bloemplanten, paddestoelen, vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen, vlinders, hommels, bijen en tal van andere groepen organismen bij. Veel plantensoorten, die vroeger beperkt waren tot natuurgebieden en het boerenland, komen steeds meer in de stad voor. Zelfs vogels als de lepelaar en de zilverreiger kunnen nu aan stadsranden en in stadsparken worden waargenomen.

 
 
Vlinders vangen: Deze kinderen zijn apentrots omdat ze vlinders, hommels en andere insecten hebben gevangen. Natuurlijk worden ze later weer vrijgelaten.
 
Vogelskijken -- Veel kinderen vinden het leuk om door een verrekijker te kijken, als daarbij ook nog een vogel wordt gezien is dat extra.
 
Beestjes zoeken op de grond -- Voor kinderen zijn de meeste beestjes interessant. Als kinderen daar op deze wijze mee bezig zijn dan is natuureducatie synoniem met natuurbeleving.
 
Beestjes zoeken in het water -- Het opgaan in kleine beestjes lijkt niet aan een bepaalde culturele achtergrond gebonden te zijn. Van nature zijn de meeste kinderen nieuwsgierig, ongeacht of hun wortels in een ander werelddeel liggen of in Nederland.
 
Literatuur biodiversiteit en waardering/gebruik natuur
Akbar, K.F., W.H.G. Hale & A.D. Headley (2003). Assessment of scenic beauty of the roadside vegetation in northern England. Landscape and Urban Planning 63: 139-144.
Grahn, P. Stigsdotter, U. & A-M. Berggren-Bärring (2005). A planning tool for designing sustainable and healthy cities. The importance of experienced characteristics in urban green open spaces for people's health and well-being. In Conference proceedings “Quality and Significance of Green Urban Areas”, April 14-15, 2005 , Van Hall Larenstein University of Professional Education, Velp, The Netherlands, pp. 29-38.
Jorgenson, A., J. Hitchmough & T. Calvert (2002). Woodland spaces and edges: their impact on perception of safety and preference. Landscape and Urban Planning 60: 135-150.
Miller, J. (2005). Biodiversity conservation and the extinction of experience. Trens in Ecology and Evolution 20 (8): 430-434.
Özgüner, H. & A.D. Kendle (2006). Public attitudes towards naturalistic versus designed landscapes in the city of Sheffield (UK). Landscape and Urban Planning 74: 139-157.
Parsons, R., L.G. Tassinary, R. S. Ulrich, M.R. Hebl & M. Grossman-Alexander (1998). The view from the road: implications for stress recovery and immunization. Journal of Environmental Psychology 18:113-139.
Savard, J-P.L., P. Clergeau & G. Mennechez (2000). Biodiversity concepts and urban ecosystems. Landscape and Urban Planning 48: 131-142.
Williams, K.J.H. & J. Cary (2002). Landscape preferences, ecological quality, and biodiversity protection. Environment and Behavior 34 (2): 257-274.