Fysieke gezondheid
Regelmatig bewegen, in de zin van activiteiten die een redelijke lichamelijke inspanning vragen, heeft een positief effect op de gezondheid en verhoogt de kwaliteit van het leven. Wat hier onder beweging wordt verstaan, wordt door de foto's gevisualiseerd. De kans op een aantal ernstige ziekten wordt bij matig intensieve beweging, zoals fietsen, wandelen en spelen, etc. verminderd. Intensieve activiteiten, zoals hardlopen en lichamelijk intensieve teamsporten hebben een gunstig effect op de conditie van hart en longen.
Tuinieren is een van de betere methoden om lenig en fit te blijven. Bij de verschillende werkzaamheden, die in verschillende lichaamshoudingen moeten worden verricht, worden vrijwel alle spieren gebruikt. Hier wordt het pad geschoffeld, een vrij inspannende bezigheid die zeker net zo goed is als lopen of fietsen. Het tuinonderhoud gebeurt steeds meer machinaal. Als we het met eigen lichaamskracht doen, sparen we de portemonnee, fossiele energie, zorgen we niet voor onnodig lawaai en het is bovendien gezonder.
Behalve tuinieren zijn er nog vele andere mogelijkheden om in beweging te komen. Een natuurlijke omgeving kan een stimulans zijn om naar buiten te gaan. Waar een ruime mate van biodiversiteit is, is deze stimulans aanwezig.
Een van de mogelijkheden om in beweging te komen werken in het openbaar groen. Dit valt vaak samen met sociale contacten. Dit is misschien wel het belangrijkste aspekt van burgerparticipatie. Bijenlinten kunnen aanleiding zijn om deze zeer belangrijke aspecten te stimuleren. Maar iedere dag een half uur goed bewegen om gezond te blijven werkt ook heel goed en dat kan tijdens de lunchtijd. Meer tekst
 
Tuinieren - Als tuinnieren met de hand en zonder chemische middelen gebeurd, is het een goede manier om vitaal en lenig te blijven.
 
Een lunchwandeling werkt al
 
Elke dag een rondje - Deze vrouw van 80 jaar loopt iedere dag een rondje door de gemeenschappelijke tuin van de Bikkershof in Utrecht. Fysiek en mentaal blijft ze fit en de kans op sociale contacten zijn hier groot. In de periode dat de foto werd gemaakt, stonden er ook bijenvolken, waar niemand last van had.
 
Wandelen met hond -- Het hebben van een hond is meestal een aanleiding om in beweging te komen. Als er flink wordt doorgelopen, draagt dat zeker bij aan de vitaliteit. (Rijswijk, Wilhelminapark 2002)
 
Fietsen door een corridor -- Vooral in woonwijken die rond de jaren zeventig zijn gebouwd vinden we veel aantrekkelijke, lintvormige groene elementen die woonwijken met stadsranden verbinden. Als deze elementen ook karakteristieken bevatten van de streek krijgt het ook iets herkenbaars en geeft het wellicht het gevoel dat de stad niet van het omliggende landschap is geïsoleerd (Arnhem-Noord 1995).
 
Fietsen naar het werk -- Als we het autoverkeer willen beperken moeten we het wonen in en om de stad aantrekkelijker maken. Goede en landschappelijk aantrekkelijke fietsroutes verlagen de drempel om met de fiets naar het werk te gaan en dragen bij aan een lichamelijk en geestelijk goede conditie. (Utrecht, Lunetten 1992)
 
Fietsen naar de stad  -- Boodschappen doen kan ook goed op de fiets, maar het moet wel een beetje aantrekkelijk worden gemaakt. Fietsvriendelijke corridors kunnen daaraan bijdragen (Schiedam 2003)
 
Fietsen in de natuur -- Als de natuur vlakbij is, hoef je niet eerst met de fiets of de auto ergens heen. Rond steden wordt daar steeds meer rekening mee gehouden. Maar niet alleen groene plekken met fietspaden zijn belangrijk, het gaat ook om de ecologische en cultuurhistorische inhoud van het landschap. (Amsterdam, Bretterzone/Ruigoord 1989)
 
Hardlopen in de stad -- Hardlopen in de stad kan heel goed, maar groene routes die leiden naar de stadsrand maken het een stuk aantrekkelijker. (Arnhem-Zuid 1992)
 
Harldlopen in het park -- Grote parken die een goede verbinding hebben met zowel de woonwijken als de stadsranden (groene lobben/vingers) bieden de beste mogelijkheden voor allerlei fysieke activiteiten. Het biedt mogelijkheden om de fysieke grenzen te verleggen zonder steeds hetzelfde rondje te hoeven lopen. (Nieuwegein 1992)
 
Hard lopen langs een muur -- Door verschillende landschapselementen met elkaar te verbinden, kunnen er in de stad op den duur aantrekkelijke groene routes ontstaan. Dat hoeft niet altijd puur natuur te zijn. Het pad op de foto loopt langs het Griftpark. (Utrecht 2003)
 
Rennen in het park -- Als parken meer binnen het bereik van scholen lagen, zouden er meer van zulke activiteiten mogelijk zijn. Van heuvels in het park kan je niet alleen maar lekker naar beneden rennen, maar als er sneeuw ligt, zijn het ook fantastische plekken om te sleeën.
 
Spelletjes -- Door het hele jaar steeds andere bewegingsactiviteiten te plannen, zowel binnen als buiten de gymzaal, blijft het bewegen afwisselend en voor veel kinderen ook leuk. Juist voor zulke activiteiten zijn kleine open groene terreinen onmisbaar.
 
Voetbal --Teamsport is een perfecte methode om veelzijdig in beweging te komen. Op de foto gaat het om buurtvoetbal. Kinderen van verschillende nationaliteiten spelen hier met elkaar. Ze worden begeleid door een vrijwilliger uit de buurt. Misschien is dit wel de meest perfecte rol die parken kunnen vervullen. Ruimte, socialisatie, beweging, plezier. (Utrecht, 2001)
 
Bewegen en natuur
We eten te veel en we bewegen te weinig. Bewegen en te veel eten staan in principe los van natuur inclusief stedelijke groen. Minder of anders eten vraagt om een vorm van discipline en om een mentale omschakeling naar een ander eetgedrag. Bewegen kunnen we overal: in de sportzaal, in een fitness centrum en op alle andere plekken waar we maar willen. Groen en natuur lijken hierbij geen noodzaak. Maar zowel op werkdagen als in het weekend fietsen en lopen mensen niet domweg rondjes in de woonwijk, maar gaan bijna zonder uitzondering naar een groene plek. Dit kan een park, een bos, de stadsrand zijn of ze zoeken een groene corridor, zoals een fiets - of wandelpad door een woonwijk die geflankeerd wordt door groene elementen. Ze lopen of fietsen langs een kanaal, een vaart of een plas.
Een groot gedeelte van de bevolking doet dat echter niet of doet het te weinig, omdat de tijd ontbreekt, de groene plekken te ver weg liggen, door allerlei barrières onbereikbaar zijn of omdat het groen te weinig aansprekend of weinig uitdagend is. Verschillende onderzoeken wijzen uit, dat de afstand van groene landschapselementen zoals bossen en parken niet te ver van de woonomgeving en de werkplek moeten liggen.
Met kinderen en mensen met een beperkte mobiliteit wordt daarbij echter niet of nauwelijks rekening gehouden. Op basis van honderden gesprekken die in het werkveld met ouderen zijn gevoerd, wordt gesteld dat groene elementen voor velen dichter bij huis moeten liggen en dat groen veel meer te bieden moet hebben. Bewegen is noodzakelijk voor de individuele gezondheid en volksgezondheid. Dit geldt ook voor kinderen die steeds dikker worden. Daarom moet er alles aan worden gedaan om het bewegen te stimuleren. Groen en natuur spelen hierbij een belangrijke rol. In het hoofdstuk “Kleinschalig groen” en het hoofdstuk “Bereikbaarheid en gebruik” (Access) wordt daar nader op in gegaan.
Literatuur Terug
Auweele, Y.Vanden, P. vande Vliet & K. Delvaux (2001). Fysieke activiteit en psychisch welbevinden. Vlaams Tijdschrift voor Sportgeneeskunde & -Wetenschappen 22: (Speciale uitgave) 61-73.
Bird, W. (2004). Natural fit; can green space and biodiversity increase levels of physical activity? Royal Society for the Protection of Birds, Bedfordshire. 93 p.
Booth, F.W. (2002). Cost and Consequences of sedentary living: new battleground for an old enemy. Research Digest 3 (16): 1-8.
Hardman, A.E.& D.J. Stensel (2003). Physical activity and health: the evidence explained. Routledge, Londen, pp. 289.
Health & Human Services, (2002). Physical activity fundamental to preventing disease.
Mosterd, W.L., E. Bol, W.R. de Vries, M.L. Zonderland, H.P.F. Peters, Th.C. de Winter & S.L. Schmikli (1996). Bewegen gewogen. Inventarisatie van wetenschappelijke gegevens en formulering van aanbevelingen ter ondersteuning van actiegericht beleid inzake sport en (volks)gezondheid. Vakgroep Medische Fysiologie en Sportgeneeskunde, Utrecht, pp. 131.
Pretty, J., M. Griffen, M. Sellens & C. Pretty (2003). Green exercise: complementary roles of nature, exercise and diet in physical and emotional well-being and implications for public health policy. CES Occasional paper 2003-1, University of Essex, pp. 38.