Bedrijventerreinen voor bijen
Bedrijventerreinen zijn hier gedefinieerd als gebieden waar bedrijven zijn gevestigd. Het gaat om het totale gebied: de terreinen die eigendom zijn van de bedrijven zelf en openbare ruimte die daar aan grenst. Door het internationale karakter van veel bedrijven, zouden bedrijven(terreinen) zich in het internationaal jaar van de biodiversiteit sterk moeten maken voor meer natuur in hun omgeving.
Bedrijventerreinen kunnen veel groene elementen bevatten: groenstroken, straatbomen en heel vaak braakliggende groene gedeelte. In principe zijn die tijdelijk, maar vaak liggen ze ook tientallen jaren braak. Zulke terreinen leveren meestal een bijdrage aan de locale biodiversiteit. Gewoonlijk komen er hommels en ander wilde bijen voor en als er een imker in de buurt is foerageren er ook honingbijen. Voor het laatste zouden bedrijventerreinen of bedrijvenparken veel bewuster kunnen worden benut. Dit geldt ook voor de groene elementen in de openbare ruimte die daar aangrenzen.
Wat ook voor de bedrijfstuinen geldt, is ook van toepassing voor het totale bedrijventerrein. Een bloemrijke groene buitenruimte is aantrekkelijk voor de mensen die op het terrein werken. Ook voor de bewoners van aangrenzende woonwijken kunnen aantrekkelijke groene bedrijven terreinen de kwaliteit van de dagelijkse woon en leefomgeving verbeteren. Zie ook onderstaande literatuur.
Koster, A., 1994. De Groene omgeving: een bijdage aan een gezonde samenleving. Schuyt, Haarlem. pp. 184.
Middelkoop, M. van der (2002). Lunchwandelen: de relatie tussen bewegen, groene omgeving en de gezondheid van werknemersStichting Recreatie, kennis en innovatiecentrum, Den Haag, pp. 73.
De openheid van zulke terreinen is meestal zeer tijdelijk, toch kan het 20 tot 30 jaar duren voor dat het volledig bezet met bedrijven is bezet. Gedeelte van zulke terreinen worden als tijdelijke natuurterrein benut. Ook voor imkers is hier veel te winnen. Gedeelten zouden kunnen worden ingezaaid met pionierplanten (Soorten samenstelling volgens P4-6 onder Link 4 via de startpagina). (Maasvlakte 1999)
Rond de Maasvlakte zijn kunstmatige duinen aangelegd die gedeeltelijk zijn ingeplant. In de toekomst zullen de openplekken verdwijnen, maar de bermen en de voet van deze dijk/duinrij kunnen door maaien bloemrijk worden gemaakt. Bij nieuwe aanleg van zulke elementen zou direct een bloemenmengsel kunnen worden ingezaaid. De grassen komen meestal van zelf. (Maasvlakte 1999)
Slangenkruid is vermoedelijk over enkele jaren uit dit milieu verdwenen. Eenmaal per jaar maaien zal hier waarschijnlijk het beheer worden. Gecombineerd met de activiteiten van konijnen zou deze plant zich dan nog in beperkte mate kunnen handhaven. Op dit terrein bevindt zich ook een meeuwenkolonie (Botlekgebied, 1999).
Alle openterreinen groeien op zeker moment dicht. Rechts met rimpelroos die drukt door bijen wordt bezocht en links duindoorn waar zelden bijen op worden gezien. Voor een en tweejarige soorten is hier geen ruimte meer. (Europoort 1992)
Leidingenstrook -- De meeste bermen worden één of twee keer per jaar gemaaid. Dit geldt voor stroken waar leidingen onder de grond liggen. Houtige soorten krijgen dan geen kans om zich te ontwikkelen. Alleen bij brede bermen zonder ondergrondse infrastructuur wordt een uitzondering gemaakt. Deze stroken zijn uitstekende plaatsen voor bijen en vlinders. (Botlek 1988)
Weidehavikskruid en oranje havikskruid (Delfzijl, braakliggend terrein 1985)
Deze brede middenberm wordt gedomineerd door boerenwormkruid. (Venlo 1996)
In dit toekomstige bedrijventerrein is alvast een natuurpark aangelegd. Moerasrolklaver is een goede plant voor bijen. (Hoogeveen 2002)
Dit talud dat grenst aan een bedrijventerrein, is oorspronkelijk ingezaaid met een bloemenmengsel dat was samengesteld uit een- en tweejarige en overblijvende soorten. Muskuskaasjeskruid is op dit moment de meest opvallende soort. Deze plant wordt veel door wilde bijen en honingbijen bezocht. (Ede 1997)
Een ingezaaide strook met onder meer wouw en wilde reseda, die beide druk door bijen werden bzocht. (Ede 1997)
De dominantie van gewone margriet die hier is ingezaaid zal geleidelijk verminderen en bij een goed maaibeheer ruimte maken voor andere bijenplanten. (Ede 2004).