LAGERE SCHOOLTIJD
Mijn lagere schoolperiode duurde drie jaar langer dan de gebruikelijke zes jaar. Ik zat in Schiedam op twee openbare en twee katholieke scholen. Het was niet de leukste periode van mijn leven. Van klas 1 tot en met 4 veranderde ik vier  keer van school. Maar achteraf gezien zijn deze wisselingen  voor mij misschien wel een voordeel geweest Ik had (onbewust) dingen geleerd die een kind normaal niet leert, maar die me later wel van pas kwamen. Ook het feit dat ik in twee, voor die tijd, zeer uiteenlopende culturen "onderwijs" moest volgen, heeft zeer waarschijnlijk toch een positief effect opgeleverd. Glad geplaveide paden waren voor mij in ieder geval niet aangelegd. Dat ik in mijn leven nooit vastgeroest zat aan een bepaalde plek, is daar misschien ook wel aan te danken.
Ik was in die tijd altijd met planten en dieren bezig. Thuis hadden we ongeveer tien aquaria. Ik kende alle namen van de vissen en de wetenschappelijke namen van aquariumplanten.
Het begon allemaal met het lezen van het boek 'Met hart en hand voor dier en plant' (Brusse H.G., Vogel J.F. ; Uitg. W.J. Thieme & Cie, 1952).  Dit boek kreeg ik voor mijn elfde verjaardag.  Ik had het binnen een paar weken verschillende keren uitgelezen. Vogelen deed ik op mijn manier. Ik had een verrekijker en een vogelboek.  Ook naar insecten keek ik  intensief. Die bestudeerde ik met  een insectenboekje en een zeer eenvoudige zakmicroscoop. Heel vaak ging ik naar de dierentuin, waar vooral de vogels en de aquaria  mij enorm boeiden.
De laatste twee jaren van de lagere school, de A.H. Gerhardsschool, waren, in tegenstelling tot de zeven  jaren, die daaraan vooraf gingen, heel erg leuk.  Ik las alles over de natuur wat ik maar te pakken kon krijgen. In de herfst zocht ik paddenstoelen waar ik de vitrines op school mee mocht inrichten. Spreekbeurten bestonden toen nog niet, maar ik mocht van de meester in de 5e en 6e klas verhalen voor de klas vertellen over brandnetels, distels en bomen. Ik had ook een schrift waarin ik op mijn manier de vogelstand in mijn woonbuurt in Schiedam bijhield.  Alle vogelnesten in de omgeving wist ik te vinden en ik noteerde het aantal eitjes dat er in lag. Een enkele keer ging ook mijn onderwijzer van 4e en  5e klas, meester Tijsen, mee op pad. Hij was een jonge meester, die ruim 40 jaar later ook bij mijn promotie was.
Meester Tijsen leest voor ( wil de auteur vandeze foto contact met mij opnemen?)