Communicatie
Communicatie was een dominant aspect bij de Adviesgroep Vegetatiebeheer. We deden zelf ook onderzoek dat de adviezen moest ondersteunen. Op dat punt weken wij heel sterk af van de traditionele voorlichters. Aan het woord voorlichting had ik vooral na mijn sociale academdieperiode een enorme hekel. Het het wijst op ongelijke verhoudingen van zender en ontvanger. In het sociaalcultureel werk hadden we het over motiveren. Door motieven, die vanuit de persoon zelf onstaan moet er een beweging op gang komen waardoor er wat kan veranderen, verbeteren of kan worden gerealiseerd. Vele malen beter is de term enthousiastmeren (tot geestdrift brengen), dat vooral in Vlaanderen veel wordt gebruikt en wat ik zelf het meest van toepassing vond op het communicatieve gedeelte van mijn werk.  
Van uit de Adviesgroep Vegetatiebeheer richte ik me ook zoveel mogelijk op het beheer van bloembezoekende insecten. Vooral richting beheerders en bestuurders. Maar ook artikelen in dagbladen en huis aan huis bladen waren van belang. Een wethouder leest geen vakbladen, maar wel de krant, dat geldt nog veel meer voor burgers. Ik trok eens een keer mijn neus op voor de plattelandsvrouwen vereniging. De reactie van Zonderwijk was: als een van die vrouwen getrouwd is met de voorzitter van een boerenstandorganisatie bereik je meer dan de bij de Minister.
Zonderwijk gaf me de ruimte om op alle mogelijke manieren via lezingen, tijdschriften en andere media over mijn ideeën en ervaringen te communiceren en hij kneep daarbij een oogje toe als ik over de grenzen van de bevoegdheid van de Adviesgroep Vegetatiebeheer heen ging. Toen dat proces eenmaal goed op gang was ging ik daar mee door tot de dag van vandaag.