PROMOTIE
Al tijdens het onderzoek  naar de spoorwegvegetatie kwam ik in contact met professor V. Westhoff. De vraag was  eerst over hoe ik de vegetatieopnamen zou maken. Met de kleinschalige opname volgende de Braun-Blanquet methode (had ik grote moeite, omdat de spoorwegvegetatie zeer heterogeen was. De opnames volgens de Tansly-methode vond ik weer veel te grof. Bovendien ging het om het beheer en niet om het exacte vegetatietype. We bedachten een tussenweg.
Toen de studie was voltooid stelde professor Westhoff voor om een wetenschappelijke publicatie samen te stellen (Wetenschappelijk Mededelingen van het KNNV). Ik was nog niet goed vertrouwd met de cultuur binnen de Adviesgroep Vegetatiebeheer. Toen het manuscript zo ongeveer was voltooid, maakte professor Zonderwijk echter bezwaar. Voor de Adviesgroep had ik ook heel veel andere dingen te doen. Dus maakte ik me daar niet druk over. Maar de contacten met professor Westhoff bleven. Ik kon goed met hem en zijn vrouw opschieten. Na enige tijd nodigde hij mij uit voor het doen van een promotie onderzoek. Dat leek me wel leuk, maar op de een of andere manier zag professor Zonderwijk het  niet zitten.  Bij professor  Zonderwijk kon ik op veel andere onderwerpen promoveren, maar dat waren in mijn ogen allemaal prutserige detaildingen. Promoveren op een paar plantjes, die langs het spoor voorkwamen zag ik niet zitten. Dus werd het voorlopig niets. Over het doen van een promotieonderzoek  bleef ik door professor Zonderwijk wel achtervolgd worden, ook toen ik naar de Dorschkamp ging.
Brief Westhoff
Afscheidsbijeenkomst van professor Zonderwijk
Voor de afscheidsreceptie van Zonderwijk was ik uiteraard ook uitgenodigd. Ik was uiteraard ook uitgenodigd op de afscheidsreceptie. Voor mij was het alleen maar een formeel bezoek, want ik kwam vaak bij hem thuis. Toen ik aan de beurt was om een hand te geven, begon hij weer indringend te praten over dat promoveren. Er stond nog een lange rij genodigden achter mij. Het gesprek liep uit op het begin van een discussie. Hij had nog maar een jaar of 5 jaar de tijd om als promotor op te mogen treden.
Professor Zonderwijk zei opeens: “We gaan nu even naar mijn kamer.”  Dat wekte wel enige verbazing onder de aanwezigen. Dat gesprek liep aardig uit, maar de uitkomst was, dat ik zou gaan promoveren op bijen in het stedelijk groen. Kennelijk duurde ons gesprek erg lang. De secretaresse kwam op een zeker moment witheet van boosheid binnenlopen met de vraag of we gek geworden waren. Achteraf gezien waren we dat ook. Als kleine jongentjes gingen we weer vlug naar de receptie terug waar druk werd gesmoesd.
Ik wilde er geen puur ecologisch onderwerp van maken, maar het promotie onderzoek in een wat breder maatschappelijk verband plaatsen. Ik zocht contact met Professor Kerstra van de WUR (.Wageningen University & Research centre).
Ik kwam met een voorstel  dat  hij wel zag zitten. Na een paar weken was de vraagstelling rond. Eerlijk gezegd had ik nog steeds niets met dat promoveren, het liet me volledig koud. Maar het was een mooie aanleiding om een omvangrijk onderzoek naar stadsbijen te doen. Ik kreeg van Alterra wel wat ruimte, maar ik moest zelf toch ook  onderzoeksgeld in het laatje zien te krijgen. Ik heb toen in twee weken tijd ca. 40 gemeenten en steden gebeld (bij de gemeenten was ik kind aan huis) Die actie  leverde mij ruim f100.000,- op. Dus kon ik van start met het promotieonderzoek.
Ik had zo wel met professor Zonderwijk, als met Klaas Kerkstra afgesproken, dat ik niets met statistiek zou doen. Dat was wel een punt van discussie. Het ging mij niet om de trucjes die ik moest leren, want dat was geen probleem. Maar mij  ging het ook om het principe. Als het niet zonder statistiek kon, ging wat mij betreft de promotie niet door. Er was ook nog en ander discussiepunt.  De omstandigheden in het stedelijk groen waren zo extreem heterogeen, dat het naar mijn opvatting niet mogelijk was om de gegevens op een gezonde wijze statistisch te bewerken. De vraag bleef me echter wel achtervolgen. Om van het gezeur af te zijn, hadden twee collega's die in deze materie gespecialiseerd waren,  ook eens naar de gegevens gekeken. Die deelde mijn mening.
Toen al het gedoe achter de rug was, trok ik als vrij man door het land. Ik bezocht ook gemeenten die niet aan het project meededen. Op 7 mei 2001 mocht ik onder zeer grote belangstelling mijn proefschrift verdedigen. Ter gelegenheid daar van kwam het Vakblad Groen met een special.
Arie Koster gepromoveerd (uit een special t.g.v. de promotie: Vakblad Groen (2001) 57, 7/8: p. 6-32)