script language="Javascript1.2">
Minder gewenste planten vragen om extra aandacht
Een aantal kruiden kunnen door hun snelle uitbreiding ongewenst zijn. Dat zijn boerenwormkruid, jakobskruiskruid, riet en ridderzuring.
Akkerdistel is voor de biodiversiteit een zeer waardevolle plant. Ad Hoc Werk- groep Akkerdistel (1978). Als de plant eenmaal is gevestigd, kan die zich met zijn wortelstokken sterk uitbreiden. Als dat wat kan worden afgeremd en verder ook onder controle kan worden gehouden, is het een plant die vooral kan opvallen door vlinderbezoek.
Boerenwormkruid is een zeer goede plant voor wilde bijen en is esthetisch ook waardevol.
Het is een plant die het langer dan 20 jaar op dezelfde plek kan volhouden. Hij breidt zich ieder jaar een stuk uit. Het gevolg is dat hij in een aantal jaren zeer dominant kan worden en daarbij alles overgroeid. Deze plant is zeer decoratief, maar blokkeert wel de diveristeit.
En heksenjacht op deze plant is niet nodig. Enkele m² voor wilde bijen is voldoende. Direct na de bloei maaien voorkomt zaad-vorming en verdere uitbreiding. Bovendien is de plant gemakkelijk weg te trekken.
Jacobskruiskruid is de laatste 30 jaar sterk uitgebreid. Het is een zeer goede bijen en vlinderplant. De plant kan in korte tijd op open gronden zeer dominant worden, maar neemt daarna ook weer sterk af.
Jacobskruiskruid is giftig voor zoogdieren. Zoogdieren krijgen een dodelijke leveraandoening als ze de plant eten. Niet alleen de levende plant, maar ook als hij in een droge vorm in hooi voorkomt. Levende planten worden door zoogdieren gemeden. De oplossing is: zorgen dat de plant niet in het hooi komt. Op veel plaatsen kan de plant in kleine groepen gewoon blijven staan.

Ridderzuring is een mooie plant als hij in bloei staat. Ook de uitgebloeide bloeiwijze heeft decoratieve kwaliteiten.  De holle stengels worden door insecten en andere kleine dieren als nest- en schuilgelegenheid gebruikt.

Als de plant is gevestigd kan die zich in enkele jaren sterk uitbreiden en tot dominantie komen. In deze toestand is ridderzuring nog moeilijk onder controle te krijgen. De plant vormt veel zaden die tientallen jaren kiemkrachtig blijven. In de beginfase is zaadvorming door maaien te voorkomen. Verder moet de plant steeds zo diep mogelijk worden weggestoken. Liefst zo diep als de spade is; in ieder geval tussen 15-20 cm.

Planten met een penwortel hebben de neiging om ook weer vanzelf te verdwijnen. Maar dat duurt meestal langer dan 5 jaar. De harde voorwaarde is dan wel dat er geen nieuw zaad wordt gevormd. Ridderzuring groeit vaak op verdichte bodems. Bodemverbetering is dan ongunstig voor deze plant.  Om nieuwe vestigingen tegen te gaan is een gesloten graszode noodzakelijk. .Zie ook: Eekeren, et al, (2005).

Waar zevenblad in de buurt staat is de kans groot dat die zich tussen andere planten uitzaait, zolang er open plekjes zijn maakt deze plant daar gebruik van. In een vroegtijdig stadium is zevenblad nog goed onder controlle te houden. De lange wortelstokken kruipen overal tussen door. En worden bij verder uitgroeien stevige lichtconcurrenten. Als de planten zo ver zijn dat ze in bloei komen, staat dat niet onaardig, de bloemen worden bezocht door wilde bijen en vlinders. Als dat niet de bedoeling is, alle planten rooien, de wortels goed verwijderen en dan opnieuw beginnen.
 
Voor de invasieve planten zie www.denederlandsebijen.nl